Vereisten voor lage WW-premie bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd

Per 1 januari 2020 is de premie voor de WW-uitkering afhankelijk van de aard van het contract. Er is een hoge premie voor bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en oproepovereenkomsten. Er is een lage premie voor reguliere arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd (waarbij geen uitsluiting van de loondoorbetalingsverplichting geldt).

De wetgever heeft aan de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd de eis gesteld dat het gaat om een schriftelijke arbeidsovereenkomst. Verdedigbaar is dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege is omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, voldoende is. Volgens de ketenregeling geldt deze arbeidsovereenkomst dan immers als aangegaan voor onbepaalde tijd.

Dit is niet hoe de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid er tegenaan kijkt. Uit een brief van 9 december 2019 aan de voorzitter van de Tweede Kamer volgt dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst aangegaan voor bepaalde tijd die inmiddels voor onbepaalde tijd geldt, onvoldoende is voor de lage WW-premie.

Vereist voor deze lage WW-premie is:

  • een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, óf
  • een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd én een door beide partijen ondertekend schriftelijk addendum op de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Uit dit addendum of deze arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd moet volgen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die geen oproepovereenkomst is. Ook moet uit deze documenten volgen dat de werknemer al vóór 1 januari 2020 voor onbepaalde tijd in dienst was.

Werkgevers hebben tot 1 april 2020 om dit te regelen. Concreet betekent dit dat als er nu (dat wil zeggen: voor 1 januari 2020) alleen een door beide partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is (niet zijnde een oproepovereenkomst), terwijl die arbeidsovereenkomst inmiddels voor onbepaalde tijd geldt, werkgevers bij de loonaangifte van 1 januari 2020 kunnen invullen dat er een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is. Werkgevers moeten dan voor 1 april 2020 een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of schriftelijk addendum op de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (zie voor de vereisten de vorige alinea) overeenkomen. Gebeurt dit niet terwijl de arbeidsovereenkomst wel voortduurt na 31 maart 2020, dan is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020 alsnog de hoge WW-premie verschuldigd.

Conclusie en advies: heeft u werknemers voor onbepaalde tijd in dienst terwijl er alleen een door beide partijen afgesloten schriftelijke arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is? Zorgt u er dan uiterlijk op 31 maart 2020 voor dat alsnog een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of addendum op de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd schriftelijk wordt overeengekomen door ondertekening van beide partijen. Alleen dan heeft u per 1 januari 2020 recht op de lage WW-premie!